buxusmot

Buxusmot

 

Al enkele jaren woedt er een agressieve schimmel door buxusaanplantingen. Deze onderdrukken blijkt met de juiste middelen goed mogelijk te zijn. De volgende bedreiging voor uw perfecte buxusbollen en strak gesnoeide haagjes is echter al zijn opmars aan het maken: de buxusmot.

 

Dit insect, van oorsprong Azië, komt al frequent voor in Duitsland en is al enkele malen gesignaleerd in Nederland. Het is dus een kwestie van tijd voordat u dit beestje ook aantreft.

 

Renzo.

 

De buxusmot: Glyphodes perspectalis (syn. Diaphania perspectalis)

 

Lepidoptera, fam. Crambidae

 

Waardplanten

 

Buxussoorten zoals Buxus microphylla, B. sempervirens en B. sinica.

 

Geografische verspreiding

 

De buxusmot komt van oorsprong uit Azië (Japan, Zuid-Korea,

 

China) en blijkt sinds enkele jaren aanwezig in Baden-Württemberg

 

(Duitsland) en bij Basel (Zwitserland). In 2008 is de soort ook

 

noordelijker in Duitsland gevonden, dichtbij de Limburgse grens.

 

Biologie

 

In Zuid-Duitsland komen drie generaties per jaar voor. Het aantal

 

generaties dat in NL kan voorkomen is onbekend, maar zal naar

 

verwachting twee of drie zijn, met de eerste vlinders in april/mei.

 

Vanaf oktober spinnen de rupsen een cocon tussen de bladeren

 

waarin ze in diapauze gaan. Vroeg in het voorjaar worden ze weer

 

actief en vreten verder van de planten tot aan de verpopping. De

 

vlinders leven ongeveer 8 dagen; de eitjes worden in eispiegels

 

afgezet aan de onderzijde van het blad. Bij 20C duurt de ontwikkeling

 

van ei tot pop ca. 26 dagen, het popstadium duurt ca. 14 dagen.

 

Herkenning

 

De vlinder heeft een spanwijdte van ongeveer 4 cm en is daarmee vrij groot. Naast een witte vorm met bruine rand (fig. 1) is er een zeldzame, geheel bruine vorm. De jonge rupsjes zijn vuilgeel en ca. 2 mm groot. Na enkele dagen krijgen ze bruine lengtestrepen; ze zijn dan ca. 5 mm groot. Oudere rupsen zijn felgroen met een zwarte kop, en krijgen een patroon van zwarte stippen en zwarte en lichte lengtestrepen. De volgroeide rups wordt zo’n 4 cm groot.

 

 

 

2

 

De pas gevormde pop is fel groen met donkere en lichtere strepen en vlekken. Naarmate de

 

ontwikkeling vordert, wordt de pop crêmekleurig met bruin doordat de adult zichtbaar wordt door de pophuid heen. De pop is ongeveer 1,7 cm lang .

 

De eitjes worden in de vorm van platte eispiegels afgezet aan de onderzijde van het blad en zijn in eerste instantie geelgroen van kleur. Vlak voordat de rupsjes uit het ei komen wordt het zwarte kopje in het eitje zichtbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schadebeeld en waarnemen

 

Naar verwachting kunnen de rupsen het hele jaar aangetroffen worden en de

 

poppen en vlinders gedurende enkele korte

 

periodes tussen april en september. In de

 

winter zijn de rupsen in rust in een stevige

 

cocon en zijn dan lastig te vinden: het

 

schadebeeld blijft echter goed zichtbaar in

 

de vorm van dode blaadjes, kale takjes en

 

spinsel.

 

Omdat de rupsen wegkruipen in de plant,

 

waar ze ook verpoppen, is het schadebeeld

 

bij geringe aantasting lastig te zien. Bij

 

recent geknipte planten en haagjes vallen

 

de symptomen het meest op, vooral aan de

 

zijkanten en onderaan de struik

 

 

 

3

 

Opvallende symptomen zijn dode en aan elkaar gesponnen blaadjes en ‘bladskeletten’: blaadjes

 

waarvan alleen het randje nog over is. Bij nader onderzoek vind je dan spinsel met

 

grauwgroene uitwerpselen en eventueel een rups of pop erin.  De pop bevindt zich in

 

een stevig gesponnen cocon. Vaak vind je in het spinsel ook de pikzwarte kopkapsels van de jongere stadia terug. Bij grotere hoeveelheden rupsen treedt uiteindelijk kaalvraat van de

 

volledige plant op

 

4

 

De vraatsporen van de zeer jonge rupsen zijn lastig te zien; ze lijken aan de bovenzijde van het blad in eerste instantie op mineergangen of blaasmijnen, doordat de rupsjes aan de onderzijde van het blad het bladmoes afschrapen. De rupsjes beginnen echter al snel bladeren aan elkaar te

 

spinnen waarbij de uitwerpselen zichtbaar zijn als gelige/groene korreltjes.

 

N.B. Op buxus komen ook schimmels voor die bladsterfte veroorzaken, waardoor er eveneens dode delen in de plant ontstaan. Cylindrocladium buxicola bijvoorbeeld, veroorzaakt gele blaadjes met zwarte plekken erop waarbij de aantasting aan de toppen van de blaadjes begint. De

 

blaadjes verdrogen en vallen af.

 

 

 

 

 

 auteur Marja van der Straten.